Gek van surrealisme

11 februari 2017 13:50
Topstukken van onder meer Salvador Dalí, René Magritte en Max Ernst vormen dit voorjaar een ongeëvenaard overzicht van het surrealisme in Museum Boijmans Van Beuningen. In samenwerking met de Hamburger Kunsthalle en de Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh brengt het Rotterdamse museum van over de hele wereld absolute iconen bijeen uit vier belangrijke privécollecties. De tentoonstelling belicht de droomwereld, fantasie, gekte en de onbeteugelde passie van niet alleen de kunstenaars, maar ook de verzamelaars van deze beroemde kunstbeweging.
Museum Boijmans Van Beuningen bezit een van de meest vooraanstaande collectie surrealisten van Nederland. In de jaren ’60 en ’70 kocht de markante - onlangs op 101-jarige leeftijd overleden - oud-conservator Renilde Hammacher belangrijke werken van surrealisten als Dalí en Magritte uit de collectie van Edward James. In 1970 stelde zij de legendarische Dalí-tentoonstelling samen, door Dalí zelf geopend. Het woord surrealisme werd in 1917 voor het eerst gebruikt. Het was oorlog in Europa en er bestond grote behoefte aan een andere, hogere realiteit, een ontsnapping aan de werkelijkheid van alledag. Kunstenaars begonnen het onderbewustzijn te verkennen en lieten zich inspireren door het toeval en alles wat anders, gek of irrationeel was. In plaatsen als Parijs, Madrid en Brussel schoot de beweging wortel, de kunst werd ongekend populair en vond zijn weg naar privécollecties. De tentoonstelling Gek van Surrealisme laat zien hoe vier - ieder in een eigen zaal - van de belangrijkste privéverzamelingen tot stand kwamen. De Briste aristocraat en verzamelaar Edward James (1907-1984), die zichzelf als dichter zag, had een grote interesse in het onderbewustzijn en kocht werken aan van belangrijke surrealisten, zoals Magritte en Dalí, die hij opdrachten gaf en met wie hij nauw samenwerkte. Een wandeling door de zaal biedt fantastische ontmoetingen met onder meer Dalí’s White Aphrodisiac Telephone (1936) en zijn iconische Mae West Lips Sofa (1938). Het portret dat René Magritte van James schilderde, La reproduction interdite (1937), werd wereldberoemd. In een volgende zaal zijn werken te zien afkomstig uit de collectie van Roland Penrose (1900-1984), onder anderen van Joan Miró, Giorgio de Chirico, Pablo Picasso, René Magritte, Paul Delvaux en het bekende spijker-strijkijzer Cadeau (1821) van Man Ray. Penrose was als kunstenaar actief in Parijs in de jaren dertig, waar hij met een erfenis bevriende kunstenaars ondersteunde. Hij kocht al vroeg werk van Max Ernst en Alberto Giacometti en in 1937 wist hij de hand te leggen op een groot aantal werken uit een belangrijke Belgische collectie. Het fortuin dat Gabrielle Keiller (1908-1995) te besteden had aan kunstaankopen was deels afkomstig van haar Amerikaanse vader, die een grote ranch bezat. Haar derde man, Alexander Keiller, was erfgenaam van de beroemde Dundee marmeladefabrikant. Na zijn overlijden in de jaren ’70 begon ze surrealistische kunst te verzamelen. Ze was nauw betrokken bij Tate Gallery in Londen en de Scottish National Gallery of Modern Art in Edinburgh. Daar zag ze het belang in van het verzamelen van surrealistische boeken en tijdschriften. Naast ruim 130 kunstwerken - waaronder Magrittes La représentation (1937) in een gouden lijst die het geschilderde onderlichaam van een naakte vrouw volgt en Marcel Duchamps leren koffertje met zijn verzameld werk in miniatuurvorm - liet ze het museum dan ook een bijzondere kunstbibliotheek na. Het Duitse ondernemersechtpaar Ulla en Heiner Pietzsch tenslotte verzamelt surrealistische kunst sinds de jaren zeventig. Hun Berlijnse villa hebben ze laten ontwerpen rond een nog steeds groeiende collectie die ze later aan de stad zullen schenken. Ook in deze laatste zaal van de niet te missen tentoonstelling Gek van Surrealisme zijn er talrijke verrassingen, zoals een vroeg surrealistisch werk van Mark Rothko, die voordat hij aan zijn wereldberoemde abstracte colourfield painting begon ook een jaar of vijf gek was óp surrealisme.


Salvador Dalí, White Aphrodisiac Telephone (Witte lustopwekkende telefoon), 1936. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam


Museum Boijmans Van Beuningen . Rotterdam
t/m 28 mei
www.boijmans.nl



Max Ernst, Piéta ou La révolution la nuit, 1923, coll. Tate Londen
Share |
Dit artikel is nog niet beoordeeld