Edgard Tytgat

24 april 2018 21:53
Vanaf 28 april is in het Stedelijk Museum Schiedam een tentoonstelling te zien over de Belgische schilder, schrijver en graveur Edgard Tytgat (1879-1957). Uitgangspunt is de mysterieuze oeuvrecatalogus die de kunstenaar aan het einde van zijn leven met Albert Dasnoy samenstelde vol met piepkleine zwart-witfoto’s van zijn werken met zich herhalende onderwerpen: kinderen, jonge vrouwen, nonnen, paters, muzikanten, de kermis, het circus, Griekse sagen en bijbelse verhalen. Curator Peter Carpreau: ‘Tytgats inhoudelijke nalatenschap is immens groot. Je moet in zijn werken duiken, zijn wereld betreden om hem te leren kennen. Zo brengt hij alle visuele verteltechnieken sinds de middeleeuwen terug in zijn schilderkunst. Net als de cineasten van zijn tijd, verbeeldde hij een wereld vol fantasie, absurditeit en humor.’


Kort na zijn geboorte in Brussel verhuisde het gezin Tytgat naar Brugge. Al in zijn prille jeugd was Edgard gefascineerd door kermissen en draaimolens. Tegelijkertijd verwijst dat thema naar een donkere periode. Als vijf-, zes-jarige viel Tytgat flauw toen hij op een rood-wit paard in de rondte draaide. Omstanders, waaronder ‘angstaanjagende’ zwart geklede dames, droegen hem naar huis. Daarna werd hij zo ziek dat zijn ouders vreesden voor zijn leven. Als door een wonder knapt hij weer op. In 1888 keerde de familie terug naar Brussel. Tytgat ging in de leer bij een horlogemaker, vervolgens bij zijn vader in het lithografisch atelier en vanaf 1897 volgde hij avondlessen aan de Academie voor Schone Kunsten. In 1912 nam hij deel aan de openingsexpositie van Galerie Georges Giroux. Twee jaar later trouwde hij Maria De Mesmaeker, ‘Maria mon coeur’, zoals hij haar noemde.



Zij werd zijn grote muze en komt vaak voor in zijn werken. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verbleven ze tijdelijk in Engeland. Daar verdiepte Tytgat zich in het houtsnijden en kreeg hij zijn eerste soloexpositie in de Londense Gallery Twenty-One. Terug in België vestigde het paar zich voorgoed in Sint-Lambrechts-Woluwe. In die tijd was Sint-Martens-Latem dé Belgische kunstscène, waar zowel een impressionistisch- symbolistische als een expressionistisch-surrealistische groep inspiratie vonden. Internationaal braken constructivisme, kubisme en abstracte kunst door. Maar Edgard Tytgat vaarde zijn eigen koers. Typisch zijn de eenvoudige lijnen, het vreemde perspectief en de gedempte kleuren. Hij schilderde bijna vijfhonderd doeken en vervaardigde duizenden aquarellen, houtsneden, etsen en tekeningen waarmee hij voornamelijk in België bekend werd. Zijn eigen leven was zijn grootste inspiratiebron, samengevat in het schilderij Enkele beelden uit het leven van de kunstenaar.



Muzikanten, kermissen, circus... het lijkt vrolijk en onschuldig. Carpreau: ‘Door die voorliefde voor variété ging Tytgat de geschiedenis in als naïeve volksschilder. De bittere bijsmaak en dubbele bodems ontdek je pas door al zijn werken samen te bekijken. In de tentoonstelling Herinnering aan een geliefd venster komen al die verhaallijnen aan bod in zes thema’s: Uitnodiging tot het paradijs, Val van de paardjesmolen, Bladzijde uit een droomnacht, De laatste pop, Les règles du jeu en Verloren venster. Als sluitstuk zien we Tytgat in zijn wassenbeeldenmuseum, in het midden van een carrousel en van alle verhalen die hij heeft verteld. Terwijl de eenbenige suppoost slaapt, probeert de schilder in stilte zijn eigen wereld te ontvluchten... Het beeld van Tytgat als naïeve volkskunstenaar is hier ontkracht.



Stedelijk Museum Schiedam
28 april /m 2 september
stedelijkmuseumschiedam.nl


Share |
Beoordeling: 3,7 (3 beoordelingen)