Koninklijke Prijs 2014

10 oktober 2014 10:44
Koning Willem-Alexander heeft vrijdagmiddag 10 oktober in het Koninklijk Paleis in Amsterdam de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uitgereikt aan Niels Broszat, Koen Doodeman, Bob Eikelboom en Jessica Skowroneck. Na de feestelijke uitreiking opende de Koning de tentoonstelling waar t/m 2 november de winnende werken en een selectie uit de overige schilderijen te zien zijn.
Koning Willem-Alexander sprak tijdens de prijsuitreiking de volgende woorden:

Dames en Heren,

U bent vandaag naar het Koninklijk Paleis Amsterdam gekomen om U te laten inspireren door het werk van jonge talenten in de schilderkunst. U allen, en in het bijzonder de 24 kunstenaars, heet ik hartelijk welkom! Het is mooi dat we vandaag samen getuigen van ons enthousiasme voor de schilderkunst. Nog mooier is, dat we daarmee samen in een lange traditie staan. Een traditie die in 1871 ontsprong met het initiatief van Koning Willem III om jonge schilders aan het begin van hun carrière te ondersteunen en een platform te bieden. Dat doel staat na meer dan 140 jaar nog steeds onwrikbaar overeind. Graag wil ik de Heer Tempel en de leden van de jury bedanken voor hun toewijding en hun voordracht van de vier winnaars. Naar ik heb begrepen, heeft U zich bij de selectie bijzonder kritisch opgesteld. Dat is nu eenmaal de taak van jury's: streng zijn. Het is Uw werk om kwaliteit te onderscheiden en te waarborgen dat de Prijs voor Vrije Schilderkunst voeling houdt met de polsslag van de tijd. Straks, tijdens de rondgang langs alle tentoongestelde werken, kunnen we zelf ervaren hoe moeilijk het is zeer uiteenlopende schilderijen te vergelijken en tot een afgewogen oordeel te komen. Dank U wel dat U deze taak onafhankelijk en nauwgezet heeft willen verrichten. Wat is de betekenis van de schilderkunst in onze tijd?
De discussie over die vraag loopt soms hoog op in kringen van kunstenaars en kunstcritici. Ik behoor tot geen van beide. Gelukkig maar, ieder zijn vak. Maar ik breng wèl graag mijn perspectief in van een derdecategorie direct betrokkenen: de mensen die van kunst genieten. De kijkers. De liefhebbers. Stelt U zich eens voor: een wereld zonder schilderkunst... Geen geschilderde bizons diep in de rotsen van Frankrijk, Spanje of de nog oudere rotstekeningen in Sulawezi. Geen Lam Gods. Geen Melkmeisje. Geen Japanse prentkunst. Geen Panorama Mesdag. Geen Piet Mondriaan of Mark Rothko. Geen kleurige kindertekeningen met magneetjes op de deur van de ijskast of veel belovende aquarellen aan de muur in de slaapkamer.ik beloof u, met het talent in de volgende generatie zit het wel goed!
Het zou een schralere wereld zijn. Een meer gesloten wereld. Want een schilderij kan luiken openen in ons hoofd en ons meenemen naar een andere werkelijkheid waarvan we het bestaan nooit hadden kunnen vermoeden. Zo'n kijkervaring schept ruimte.
Toen Marlene Dumas twee jaar geleden de Johannes Vermeerprijs in ontvangst nam, zei ze het volgende. 'Het mooie van kunst is dat het je leert om van de vrijheid van een ander te kunnen genieten,' Het is prachtig dat jonge schilders ons deelgenoot willen maken van hun persoonlijke vrijheid. En dat zij daar een medium voor kiezen van meer dan tienduizend jaar oud, dat - onder hun handen - nog steeds springlevend is. De werken van de 24 geselecteerde kunstenaars bewijzen dat de schilderkunst in Nederland nog steeds tintelt en met bezieling wordt beoefend. Net als U allemaal verheug ik me op de bezichtiging straks.De jury heeft een voordracht gedaan van vier schilders die in aanmerking komen voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2014. Die voordracht neem ik met veel plezier over.
Ik feliciteer de winnaars van harte en stel hen graag individueel aan U voor.

Niels Broszat
Koen Doodeman
Bob Eikelboom
Jessica Skowroneck




De jury bestond in 2014 uit: Tjebbe Beekman, Hans den Hartog Jager, Iris Kensmil, Jan van der Ploeg, Hedwig Saam, Benno Tempel (voorzitter), Esther Tielemans.


Juryrapport winnaars Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2014




Niels Broszat (1980)
Niels Broszat kiest een kunstvorm die vreemd is in het Westen.Iconen zijn geen verbeeldingen van de werkelijkheid, maar een symbool voor het goddelijke.Bij Broszat worden de iconen verwrongen beelden. Mooi en afgrijselijk tegelijkertijd.De kleuren vloeken en de figuren zijn vervormd tot monsterlijke proporties. Zo ontstaan intrigerende beelden, complex en van een onverwachte rijkdom. Broszat is gefascineerd door het contrast tussen de vrijheid die hij ervaart in dit oude medium en de strikte regels die ermee samenhangen.
Hij laat kleuren en vormen ontsporen, maar zet zich ook als een monnik aan het werk om de icoonkunst zo getrouw mogelijk te volgen in de ambachtelijkheid. Hij zet het paneel zelf in elkaar en voegt een lakzegel toe aan de achterzijde. Broszat laveert tussen eigentijds en
historisch.


Koen Doodeman (1987)
In zijn schilderijen gebruikt Koen Doodeman meerdere patronen die hij over elkaar legt. Het gevaar louter decoratief te worden, weet hij knap te voorkomen. Daardoor laveren zijn werken tussen abstract en herkenbaar, expressief en decoratief. De plooien in het beeld zien we de laatste tijd vaker toegepast worden. Maar Doodeman volgt geen modieuze trend. De vouwen zijn geen illusionistisch trucje, maar een bepalend beeldelement dat juist voorkomt dat de decoratie de overhand krijgt. In plaats daarvan weet hij autonome beelden te scheppen met een grote tactiele kracht. Daarmee toont hij zich een waar kunstenaar die de met ier van het schilderen doorziet.


Bob Eikelboom (1991)
Het werk van Bob Eikelboom getuigt van lef. Het is origineel, speels en enigszins spottend. Met de branie die past bij zijn leeftijd gaat hij een strijd aan met de grenzen van de schilderkunst. Hij onderzoekt de werking van het platte vlak. Zijn kleurrijke werken refereren aan de Pop Art. Hij verwerkt details uit beroemde schilderijen, van bijvoorbeeld Henri Matisse en Tom Wesselmann, tot magneetstrips.Deze magneten kunnen op een kleurrijke ondergrond ondergrond worden geplakt. Daarmee daagt hij de toeschouwer uit tot participatie. En stelt hij de vraag wanneer een werk af is en wie als maker beschouwd kan worden.


Jessica Skowroneck (1989)
Jessica Skowroneck maakt stoer werk dat een grote mate van vrijheid ademt. Pure schilderkunst waarin het gaat om beweging, licht en kleur. Ze weet met weinig middelen een krachtig effect te bereiken. Het is werk dat aandacht verdient. Op het eerste gezicht lijkt het alsof de kunstenaar maar wat kliedert. Maar bij langdurige beschouwing groeit het werk meer en meer. Skowroneck bewandelt een smalle scheidslijn tussen vrijheid in schilderen en vrije penseelstreken. Het werk toont in zijn vrijheid een mate van beheersing die past bij een kunstenaar die durft te vertrouwen op haar intuïtie.Waardoor een haast ongrijpbaar schilderij ontstaat.

Juryvoorzitter Benno Tempel:
'Abstractie wint! Die conclusie valt te trekken bij het bekijken van de winnende schilderijen dit jaar. Doodeman, Eikelboom en Skowroneck maken voorstellingsloze schilderijen. Dat wil trouwens niet zeggen dat hun werk geen oorsprong kent in de zichtbare werkelijkheid. En hoewel het werk van Broszat wel een voorstelling toont, is de grondgedachte abstract. Immers, zijn schilderijen zijn sterk beïnvloed door iconen. En de iconenkunst is niet bedoeld om naar een zichtbare werkelijkheid te verwijzen.De Koninklijke Prijs 2014 stemde de jury positief en hoopvol. De vele inzendingen en de vier winnaars dragen een belofte in zich van een perspectiefvolle toekomst.'

klik hier voor het volledige juryrapport

Share |
Dit artikel is nog niet beoordeeld