Koninklijke Prijs voor de Vrije Schilderkunst 2017

07 oktober 2017 07:18
Koning Willem-Alexander heeft vrijdag 6 oktober in Amsterdam aan vier jonge kunstenaars de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uitgereikt. In het Koninklijk Paleis op de Dam ontvingen Janine van Oene, Niek Hendrix, Suzie van Staaveren en Vera Gulikers.elk de aanmoedigingsprijs van 6500 euro.Na
de feestelijke uitreiking opende de Koning de tentoonstelling waar de winnende
werken en een selectie uit de overige ingezonden schilderijen t/m 5 novermber te zien zijn.

De Koninklijke Prijs is in 1871 ingesteld door Koning Willem III als Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst. Na Koning Willem III hebben de Koninginnen Emma, Wilhelmina, Juliana en Beatrix en Koning Willem-Alexander deze traditie voortgezet . De Koninklijke Prijs is bedoel om jong talent op het gebied van schilderkunst te stimuleren. Nederlandse beeldende kunstenaars tot 35 jaar kunnen meedingen naar de prijs. Dit jaar zonden ruim 302 kunstenaars beeldmateriaal in. Hieronder het werk van de winnaars en gedeeltes uit het juryrapport (voorzitter Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag).






Vera Gulikers
Gulikers (1991) ziet een analogie tussen het schilderen en het huishouden. Het afvegen van een tafel, dweilen van een vloer of het wassen van een raam doe je handmatig en er zijn een soort “kwasten” voor nodig. Bij huishoudelijke taken wordt niet nagedacht over de compositie, maar wel moet het hele oppervlak worden aangeraakt. Met dit als vertrekpunt brengt Gulikers verf aan op het doek, om deze later weer weg te poetsen met een dweil, trekker of Vanish Oxi Action. Met een mengeling van ernst en ironie onderzoekt zij zo de handelingen van het schilderen, spot ze met wat wordt gezien als typisch vrouwelijke taken en maakt ze schilderijen die zowel liefelijk als pesterig ogen.





Niek Hendrix
Het hyperrealisme van Hendrix (1985) werkt effectief. In zijn meer dan levensgrote schilderijen van gipsen afgietsels van een gebit draait het om vormen van representatie: het gebit als afdruk en als portret. Maar ook zoekt hij de grens tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. Typisch sculpturale kwaliteiten als open - gesloten zet hij mooi neer naast typisch (Nederlandse) schilderkunstige kwaliteiten als het platte vlak en de lichtval. En ook in betekenis draagt het werk een subtiele gelaagdheid die ligt tussen medische representatie en forensisch onderzoek naar gruwelijkheden. De grote eenvoud in het beeld draagt bij aan een sterke gelaagdheid in betekenissen.





Janine van Oene
De ontwikkeling die Van Oene (1988) de laatste jaren doormaakt, getuigt van een grote honger. En resulteert in haar huidige werk in schilderijen die een veelvoud aan mogelijkheden laten zien. Ze heeft zich de invloeden van anderen eigen gemaakt en zowel in techniek als in onderwerpskeuze bezit ze de kunde om meerdere registers te bespelen. In haar werk zoekt ze de grenzen van virtuositeit en kitsch. In haar onderwerpen verwijst ze naar verschillen in culturen, sociale klassen en (wan)smaak, waarbij ze een voorkeur heeft voor het clichématige gebruik van decoratie.





Suzie van Staaveren
In de huidige hausse aan figuratie lijkt weinig ruimte voor abstractie. Van Staaveren (1991) vormt daarop een gunstige uitzondering. Speels en precies onderzoekt zij de grenzen van de schilderkunst. Ze is geïnteresseerd in de werking van objecten in de ruimte en door middel van sculpturale vraagstellingen onderzoekt ze de schilderkunst. Zo staat ze in de voetsporen van Donald Judd, die deze zoektocht in de jaren 1960 inzette en daarmee de grenzen tussen schilderkunst, sculptuur en productie van objecten oprekte.
De mogelijkheid de vormen van de Shapeshifters te veranderen lijkt de toeschouwer uit te dagen. Niet voor niets spreekt Van Staaveren van een spel. Elke set beïnvloedt de mogelijkheden voor de volgende sets . Hoe meer sets, hoe moeilijker het spel wordt.



Koninlijk Paleis . Amsterdam
di. t/m zo 10-17 uur
tijdens herfstvakantie ook op ma.
paleisamsterdam.nl

Share |
Dit artikel is nog niet beoordeeld